Wie is eigenaar van de code?
Veel mensen gaan ervan uit dat wie betaalt ook eigenaar is. In Nederland werkt het anders: het auteursrecht op software blijft standaard bij de maker. Hieronder staat wat dat betekent, hoe overdracht wel werkt, en waarom AI-gegenereerde code die vraag ingewikkelder maakt.
Betalen maakt je nog geen eigenaar
Het uitgangspunt in de wet ligt anders dan de meeste mensen verwachten.
Nederland kent geen opdrachtgeversauteursrecht. Laat je software maken door een extern bureau of een freelancer, dan blijft het auteursrecht bij de partij die het gemaakt heeft, ook als jij de opdracht gaf en de rekening betaalt. Dat verschilt van de situatie met een werknemer in dienst, waar het auteursrecht in de regel bij de werkgever ligt.
In de praktijk krijg je zonder aanvullende afspraak dus een gebruiksrecht en geen eigendom. Voor veel projecten valt dat niemand op, totdat je met de code naar een andere partij wilt, het product wilt verkopen of een investeerder ernaar vraagt. Dan blijkt het verschil ineens te tellen. Zie voor de juridische achtergrond onder meer de uitleg van ICTRecht.
Hoe overdracht wel werkt
Er is een schriftelijke afspraak nodig, en die moet je bewaren.
Auteursrecht gaat over via een akte: een schriftelijke vastlegging waarin de maker het recht aan jou overdraagt. Mondelinge afspraken of een factuur waarop staat dat je voor de bouw hebt betaald, zijn daarvoor niet genoeg.
Let bij het lezen van een voorstel op het verschil tussen twee formuleringen. Een licentie geeft je toestemming om de software te gebruiken, soms exclusief en soms niet. Een overdracht maakt je rechthebbende, waarna je zelf bepaalt wat ermee gebeurt. Beide kunnen prima zijn, maar het is nuttig te weten welke van de twee je krijgt voordat je tekent.
De nuance bij AI-gegenereerde code
Als er geen menselijke keuze in zit, is er mogelijk niets om over te dragen.
Auteursrecht ontstaat pas als er een creatieve, menselijke keuze aan te pas komt: het persoonlijk stempel van de maker. Bij code die vrijwel volledig door een model is voortgebracht, kan dat stempel ontbreken. In dat geval rust er waarschijnlijk helemaal geen auteursrecht op, en dan valt er ook niets over te dragen.
Bij het werk zoals wij het doen ligt dat genuanceerder. De architectuur, de keuze welke flow gebouwd wordt, de aanpassingen op wat een model oplevert en het oordeel of iets klopt zijn menselijke beslissingen. Hoe groter dat aandeel, hoe eerder er sprake is van een beschermd werk.
Dit is een gebied dat nog in beweging is en waarover juristen verschillend denken. Wij geven hier geen juridisch advies. Als het voor jouw situatie echt uitmaakt, bijvoorbeeld omdat er een investering of overname aan hangt, leg het dan voor aan een ICT-jurist.
Open source in je project
Bijna elk project leunt op bibliotheken van anderen, en die hebben voorwaarden.
Software wordt zelden helemaal vanaf nul gebouwd. Er zitten bestaande bibliotheken in voor zaken als datumverwerking, inloggen of het tekenen van grafieken. Elk van die onderdelen komt met een licentie, en die bepaalt wat je met het geheel mag.
Permissieve licenties zoals MIT, Apache en BSD zijn ruim: je mag de code gebruiken in gesloten, commerciele software, zolang je de naamsvermelding intact laat. Copyleft-licenties zoals de GPL werken anders. Neem je zulke code op in je eigen software, dan kan de eis gelden dat je het geheel weer als open source beschikbaar stelt. Voor een commercieel product is dat vaak ongewenst.
Bij een prototype is de lijst met bibliotheken meestal kort en makkelijk te overzien. Wil je later opschalen, dan is een controle op licenties een verstandige stap voordat je gaat uitrollen.
Wat wij bij een prototype-dag afspreken
Praktisch belangrijker dan de juridische titel: waar je mee verder kunt.
Wat je aan het eind van een prototype-dag in handen hebt, bespreken we vooraf en niet achteraf. Het gaat dan om drie dingen: krijg je toegang tot de code, kun je ermee naar een andere partij als je dat wilt, en gebruiken wij hetzelfde werk niet elders voor iemand anders.
Die afspraken staan los van de vraag of er auteursrecht op rust. Ook als een deel van de code juridisch mogelijk niet beschermd is, wil je weten of je er praktisch verder mee kunt. Dat is de vraag die er in de dagelijkse praktijk toe doet.
Voor het prototype zelf geldt bovendien dat het gemaakt is om een vraag te beantwoorden, niet om in productie te draaien. Wat er nodig is voordat dat wel kan, staat in van prototype naar productie.
Wat je zou moeten vastleggen
Vier punten die je in elk voorstel kunt nakijken, bij ons of bij een ander.
Vraag ten eerste of er sprake is van overdracht of van een licentie, en laat het antwoord opschrijven. Vraag ten tweede of je de broncode krijgt en waar die komt te staan, zodat je er ook bij kunt als de samenwerking stopt.
Vraag ten derde welke open source bibliotheken er gebruikt worden en onder welke licentie, zeker als je van plan bent het product te verkopen. En vraag ten vierde wat er gebeurt als je met de code naar een andere partij wilt: is dat toegestaan, en werkt de bouwer mee aan de overdracht?
Deze vragen zijn niet wantrouwig, ze zijn normaal. Een partij die er helder antwoord op geeft, bespaart je later gedoe. Meer over waar je op kunt letten bij het kiezen van een bouwer staat in de juiste bouwpartij kiezen.
Veelgestelde vragen
Word ik automatisch eigenaar van de code omdat ik ervoor betaal?
Nee. Nederland kent geen opdrachtgeversauteursrecht. Schakel je een extern bureau of freelancer in, dan blijft het auteursrecht bij de maker, ook als jij de rekening betaalt. Alleen een schriftelijke overdracht verandert dat.
Hoe wordt code dan wel van mij?
Via een schriftelijke akte waarin de maker het auteursrecht aan jou overdraagt. Dat is een aparte afspraak die je vastlegt, meestal in de opdrachtbevestiging of algemene voorwaarden. Zonder die vastlegging houd je in de praktijk een gebruiksrecht en geen eigendom.
Rust er wel auteursrecht op code die door AI is gegenereerd?
Dat is de open vraag. Auteursrecht vraagt om een menselijke creatieve keuze, het zogeheten persoonlijk stempel. Bij output die vrijwel volledig door een model is voortgebracht ontbreekt dat mogelijk, waardoor er niets is om over te dragen. Bij code die is ontstaan uit gerichte instructies, eigen keuzes en herhaalde bewerking ligt dat anders.
Wat betekent dat praktisch voor een prototype?
Dat je beter kunt kijken naar wat je feitelijk in handen krijgt dan naar de juridische titel alleen. Toegang tot de code, de vrijheid om ermee verder te gaan bij een andere partij en de afspraak dat wij het niet elders hergebruiken, zijn in de praktijk vaak belangrijker.
Zitten er open source bibliotheken in?
Vrijwel altijd. Vrijwel elk softwareproject leunt op bestaande bibliotheken. Permissieve licenties zoals MIT en Apache vragen alleen om naamsvermelding. Copyleft-licenties zoals de GPL kunnen eisen dat je het geheel weer als open source beschikbaar stelt, wat bij een commercieel product ongewenst kan zijn.
Hoe weet ik welke licenties er in mijn project zitten?
Dat is op te vragen. Bij een prototype is de lijst meestal kort en goed te overzien. Wil je een project later commercieel uitrollen, dan is een controle op licenties verstandig voordat je gaat schalen.
Geven jullie hier juridisch advies over?
Nee. Wij bouwen software en leggen uit hoe dit in de praktijk werkt. Voor een sluitende beoordeling van jouw situatie of contract kun je het beste een jurist raadplegen die gespecialiseerd is in ICT-recht.