Einstein Telescope R&D-regeling onderbouwen

Dit gaat over de R&D-regeling technologiedomeinen Einstein Telescope: een regeling van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, uitgevoerd door LIOF onder mandaat, met servicepunten bij BOM, InnovationQuarter en Oost NL. Ze hoort bij het valorisatieprogramma van het Nationaal Groeifonds-project Einstein Telescope, waarvoor 42 miljoen euro definitief is toegekend en 870 miljoen is gereserveerd. Verwar haar niet met de Interreg-programma's COMET en STIPP, die ook rond de Einstein Telescope lopen maar een andere uitvoerder en andere voorwaarden hebben.

De regeling is gesloten. Alle vijf technologiedomeinen zijn opengesteld geweest, de laatste sloot op 28 november 2024, en alle consortia zijn gevormd: zes consortia met 26 Nederlandse hightechbedrijven en kennisinstellingen, samen goed voor ruim 12 miljoen euro. Toch is de tekst relevant, want de regeling loopt tot 1 januari 2028 en de minister kan per openstelling een domein toevoegen. Komt er iets terug, dan komt het knelpunt terug: je percentage volgde niet uit je project maar uit hoe je je activiteiten indeelde.

Uitvoerder
LIOF onder mandaat van de minister van OCW, met servicepunten bij BOM, InnovationQuarter en Oost NL
Cyclus
Gesloten. Vijf openstellingen tussen oktober 2023 en 28 november 2024; laatste wijziging in werking op 26 oktober 2024; de regeling vervalt per 1 januari 2028
Voor wie
Hightechbedrijven en kennisinstellingen; een consortium is een samenwerkingsverband van ten minste twee niet aan elkaar gelieerde partijen
Bedrag
Subsidieplafond 12.085.000 euro over vijf domeinen, minimaal 125.000 euro per aanvraag; 100% voor fundamenteel onderzoek, 50% voor industrieel onderzoek, 25% voor experimentele ontwikkeling
Waar het technisch wringt
De indeling van je activiteiten over die drie onderzoekssoorten bepaalt je percentage, en die indeling moet uit je activiteitenplan volgen

Waarom het activiteitenplan het lastigste onderdeel is

Je percentage volgt uit een indeling, niet uit je project

Artikel 6 kent drie percentages: 100% voor zover de kosten uitsluitend fundamenteel onderzoek betreffen, 50% voor industrieel onderzoek en 25% voor experimentele ontwikkeling. Die begrippen komen uit de algemene groepsvrijstellingsverordening, niet uit het spraakgebruik. Daarbovenop komen opslagen: 10 procentpunten voor een middelgrote onderneming, 20 voor een kleine, en 15 als aan een van de voorwaarden van artikel 25, zesde lid, AGVV is voldaan. Tussen 25% en 100% zit dus een factor vier, en die hangt aan hoe overtuigend het activiteitenplan laat zien in welke categorie het werk valt.

Aansluiting bij het domein is een ingenieurstoets

Het eerste beoordelingscriterium is de mate waarin het project aansluit bij en bijdraagt aan het technologiedomein van de openstelling. Dat domein staat in de bijlagen tot op componentniveau uitgeschreven. Bij trillingsvrij koelen gaat het om twaalf ultrahoogvacuümcryostaten van 10 kubieke meter, elk met een spiegel van 200 kilogram monokristallijn silicium met een diameter van 450 millimeter die op 10 K moet blijven. Bij vacuümtechnologie om ongeveer 120 kilometer buis met een binnendiameter van een meter, waarbij kostenreductie ten opzichte van roestvrij staal de opgave is. Een plan dat daar niet precies in landt, scoort niet.

Onder een 2 val je af, en daarna beslist de rangschikking

Een onafhankelijke begeleidingsgroep scoort vier criteria op een schaal van 0 tot en met 4, waarbij 2 voldoende is. Scoort een project op één criterium lager dan een ongewogen gemiddelde van 2, afgerond op één decimaal, dan valt het af. Daarna telt de minister de vier gemiddelden op en gaan de hoogste totaalscores voor, tot het plafond van het domein op is; bij gelijke beoordeling beslist loting. Er is bovendien een weigeringsgrond voor aanvragen die inhoudelijk overwegend overlappen met een hoger gerangschikte aanvraag.

Wat valt binnen en buiten de bouwdag

Wat je aan het eind van de dag hebt

  • Een werkende uitlees-, monitoring- of dataverwerkingsketen rond een opstelling, bijvoorbeeld voor het monitoren van thermische deformaties.
  • Een simulatie- of rekenomgeving waarin de aannames onder je activiteitenplan toetsbaar worden.
  • Gemeten beginwaarden waar de mijlpalen in je activiteitenplan en de posten in je begroting tegen af te zetten zijn.
  • Een expliciete grens tussen wat al bestaat en wat het project moet toevoegen, in bewoordingen die je overneemt.
  • Code in je eigen repository en een live URL die je consortiumpartners kunnen openen.

Wat er niet in zit

  • De fysieke technologie zelf: cryostaten, spiegels, coatings, vacuümbuizen en trillingsisolatie. Dat is een meerjarig R&D-traject.
  • De indeling van je kosten over fundamenteel onderzoek, industrieel onderzoek en experimentele ontwikkeling. Dat is een staatssteunvraag.
  • De consortiumovereenkomst met de start- en einddatum, de financiële afspraken en de IE-afspraken uit bijlage 3.
  • De accountantsverklaring bij de vaststelling en de rapportages na zes maanden en daarna jaarlijks.
  • Een oordeel over de vraag of je aansluit bij het technologiedomein. Dat bespreek je met LIOF of het servicepunt in je regio.

Hoe de bouwdag verloopt

  1. Het domein naast je plan leggen

    We lezen de uitwerking van het technologiedomein en zoeken op welk onderdeel jouw werk aangrijpt. Die aansluiting is het eerste criterium, dus daar begint de dag.

  2. De activiteiten uit elkaar trekken

    Welk deel is onderzoek en welk deel is ontwikkeling? Die scheiding bepaalt je percentage en hoort in het plan te zitten, niet pas in de begroting.

  3. De toetsbare aanname kiezen

    Uit het domein volgt een concrete grootheid: een temperatuur, een restbeweging, een verliesniveau. We kiezen er een die vandaag te meten of te simuleren is.

  4. Bouwen wat die grootheid zichtbaar maakt

    Meestal is dat de uitlees-, monitoring- of rekenkant, niet de opstelling zelf. Daar maakt software het verschil.

  5. Meten en vertalen naar het plan

    De uitkomsten worden beginwaarden. Daaruit volgen de mijlpalen en de verhouding tussen budget, verdeling over partners en geplande activiteiten, die op het vierde criterium weegt.

  6. Live zetten en overdragen

    Je houdt een URL, een repository, meetuitkomsten en een notitie die de vier criteria volgt: aansluiting, economisch perspectief, kwaliteit van het consortium en kwaliteit van het plan.

Eerlijk over wat een bouwdag hier niet oplost

  • De regeling is dicht en een bouwdag verandert daar niets aan. Wil je nu aanhaken bij de Einstein Telescope, dan kijk je naar COMET of STIPP.
  • Dit is grotendeels hardware. Cryogenie, vacuüm, optica en trillingsdemping vragen jaren en een werkplaats. Een bouwdag bouwt geen cryostaat en dat gaan we ook niet suggereren.
  • Waar het wel raakt is smal: het monitoren en compenseren van thermisch geïnduceerde deformaties is een van de vijf domeinen, en dat is grotendeels meten, uitlezen en rekenen. Bij de andere vier ligt onze bijdrage aan de rand.
  • Het overzichtsblok op de regelingpagina van Einstein Telescope for business toont nog de status open, terwijl de toelichting op diezelfde pagina zegt dat de regeling gesloten is. Ga daar niet op af: de laatste wijziging trad op 26 oktober 2024 in werking en sindsdien is er geen nieuwe openstelling gepubliceerd.

Veelgestelde vragen

Kan ik nu nog een aanvraag indienen?

Nee. De vijf openstellingen liepen van oktober 2023 tot en met 28 november 2024, alle consortia zijn gevormd en LIOF meldt de regeling als gesloten. De regeling vervalt per 1 januari 2028 en de minister kan tot dan een nieuw domein openstellen, maar of dat gebeurt is niet vastgesteld.

Welke openstellingen zijn er geweest?

Trillingsvrij koelen tot 24 november 2023, plafond 2.585.000 euro. Trillingsdemping van 22 april tot 31 mei 2024, 2.750.000 euro, gelijk verdeeld over twee thema's. Optica van 7 juli tot 12 september 2024, 2.500.000 euro. Thermische deformaties van 2 september tot 17 oktober 2024, 2.250.000 euro. Vacuümtechnologie van 25 oktober tot 28 november 2024, 2.000.000 euro. Voor de laatste twee domeinen geldt 30 juni 2027 als uiterste einddatum.

Welk percentage zou ik krijgen?

100% voor kosten die uitsluitend fundamenteel onderzoek betreffen, 50% voor industrieel onderzoek en 25% voor experimentele ontwikkeling, met een minimum van 125.000 euro subsidie per aanvraag. Een middelgrote onderneming krijgt op de laatste twee 10 procentpunten opslag en een kleine onderneming 20; daarnaast is 15 procentpunten mogelijk onder artikel 25, zesde lid, AGVV.

Hoe werd er beoordeeld?

Op vier criteria: aansluiting bij het technologiedomein, economisch perspectief richting de Einstein Telescope en andere productmarktcombinaties, kwaliteit van de aanvrager of het consortium, en kwaliteit van het activiteitenplan en de begroting. Elk lid van een onafhankelijke begeleidingsgroep gaf per criterium 0 tot en met 4 punten. Alle criteria moesten voldoende zijn; daarna besliste de totaalscore en bij gelijke stand het lot.

Wat staat er nu wel open rond de Einstein Telescope?

STIPP, uit het Interreg-programma Maas-Rijn, financiert 50% met 150.000 tot 600.000 euro per project voor grensoverschrijdende mkb-consortia van minimaal twee ondernemingen uit twee van de landen Nederland, België en Duitsland. COMET, uit Interreg Deutschland-Nederland, loopt tot december 2028 en geeft tot 50% steun met maximaal 75.000 euro per deelproject, voor innovaties op TRL 4 tot 7. LIOF heeft daarnaast eigen instrumenten; zie /onderbouwing/liof-innovatiefinanciering/.

Een consortium dat nog naar zijn vraag zoekt?

Stuur ons het onderwerp en wat de deelnemende bedrijven erover zeggen. In een korte intake bepalen we wat er moet draaien om de vraag scherp te krijgen.