MOOI, de regeling Missiegedreven Onderzoek, Ontwikkeling en Innovatie, wordt uitgevoerd door RVO in opdracht van het ministerie van Klimaat en Groene Groei en het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening. Alleen samenwerkingsverbanden kunnen aanvragen: minimaal drie ondernemingen die niet met elkaar in een groep verbonden zijn, met partijen aan de vraagzijde erbij, en met subsidiabele projectkosten van ten minste 2 miljoen euro. De ronde van 2026 is gesloten; aanvragen konden tot 3 september 2026 17.00 uur worden ingediend.
De technische onderbouwing zit op twee plaatsen, en ze werken verschillend. Vóór de rangschikking staat een drempel: er moet voldoende vertrouwen zijn in de technische haalbaarheid, naast de eisen over economische haalbaarheid en financiering. Haal je die drempel, dan volgt de rangschikking op vijf criteria van 1 tot en met 10, waarvan er twee direct over de uitvoerbaarheid van je plan en de opbouw van je consortium gaan. Op elk criterium moet je 6 punten of meer halen. Eén onvoldoende is afwijzing, hoe hoog je verder ook scoort.
Uitvoerder
RVO, met een onafhankelijke Adviescommissie MOOI die de vooraanmeldingen van advies voorziet en de aanvragen scoort.
Cyclus
Ronde per ronde, met een verplichte vooraanmelding vooraf. In 2026 kon je vooraanmelden tot 16 april 17.00 uur en indienen van 2 juni tot 3 september 2026 17.00 uur. Alle missies staan nu gesloten. De beoordelingstermijn is 13 weken, eenmaal te verlengen met nog eens 13 weken.
Voor wie
Samenwerkingsverbanden van minimaal 3 niet-verbonden ondernemingen met een vaste inrichting of dochteronderneming in Nederland. Provincies en gemeenten mogen meedoen maar ontvangen zelf geen subsidie.
Bedragen
In 2026 was er 20 miljoen euro per missie voor Elektriciteit, Gebouwde omgeving en Industrie, en 10 miljoen euro voor Koolstofverwijdering. Maximaal 4 miljoen euro subsidie per project, minimaal 2 miljoen euro subsidiabele projectkosten, minimaal 25.000 euro subsidie per deelnemer, looptijd maximaal 4 jaar.
Waar het technisch wringt
Onvoldoende vertrouwen in de technische haalbaarheid is een afwijzingsgrond vóór de rangschikking, en minder dan 6 punten op één criterium is afwijzing daarna.
Waarom de zespuntengrens het lastigste onderdeel is
Eén onvoldoende weegt zwaarder dan alle wegingsfactoren
De vijf rangschikkingscriteria hebben ongelijke gewichten: bijdrage aan de doelstellingen 22,5 procent, mate van vernieuwing 16,25 procent, slaagkans in de Nederlandse markt en maatschappij 22,5 procent, kwaliteit van het projectplan 16,25 procent en kwaliteit van het samenwerkingsverband 22,5 procent. Die gewichten suggereren dat je een zwak punt kunt compenseren, maar dat kan niet. Projecten die op één criterium minder dan 6 punten scoren, worden afgewezen als kwalitatief onvoldoende. Het lichtste criterium heeft dus dezelfde harde ondergrens als het zwaarste.
Na sluiting mag RVO niets meer vragen
MOOI is een tender. RVO schrijft daar zelf over dat het geen vragen stelt over ontbrekende gegevens in de begroting, omdat dit vanwege de tendersystematiek niet mag: een verzoek tot aanvullen na tendersluiting kwalificeert niet meer als toelichtende vraag. Wat je op 3 september indient, is wat de adviescommissie leest. Daar komt bij dat het projectplan maximaal 40 pagina's telt, met per onderdeel een eigen maximum, en dat een plan dat niet bondig en concreet is een lagere score haalt op kwaliteit van het project.
Vernieuwing wordt afgemeten aan de internationale stand van techniek
Bij het criterium mate van vernieuwing is de maatstaf de internationale stand van onderzoek of techniek, niet wat in jouw sector gangbaar is. Voorstellen die een geringe technologische verbetering laten zien, scoren lager dan voorstellen die een doorbraak laten zien, en innovatie op systeemniveau scoort hoger dan innovatie op product- of componentniveau. Je moet dus beschrijven wat de huidige stand is, welke knelpunten er nog liggen en welke stap jouw project daadwerkelijk zet. Dat is lastiger naarmate je verder van een werkende opstelling af zit.
Wat valt binnen en buiten de bouwdag
Wat je aan het eind van de dag hebt
Een werkend deel van de technologie op het punt waar het technische risico in het werkpakket het grootst is, draaiend op data die op je echte casus lijkt.
Een live URL die je kunt tonen aan een beoogde consortiumpartner of aan de partij aan de vraagzijde die je nodig hebt.
De code in je eigen repository, bruikbaar als startpunt voor de activiteiten die je in de projecttabel beschrijft.
Een korte vastlegging van wat werkte en wat niet, bruikbaar bij de risicoparagraaf en de go/no-go-momenten in je projectplan.
Wat er niet in zit
Het projectplan in het model van RVO, de projecttabel, de begroting per resultaat en het plan voor kennisverspreiding.
De vooraanmelding, het aanvraagformulier en het werk in het portaal met eHerkenning niveau 3.
De samenwerkingsovereenkomst, de de-minimisverklaringen en de verklaring geen onderneming in moeilijkheden.
Het samenstellen van het consortium en het rond krijgen van de financiering van je eigen aandeel.
Advies over welke missie en welk innovatiethema bij je project passen.
Hoe de bouwdag verloopt
Het technische risico benoemen
Welke onzekerheid maakt dat een lezer kan twijfelen aan de haalbaarheid? Dat punt is het onderwerp van de dag.
Kiezen wat vandaag te bewijzen valt
Niet het hele werkpakket, maar het ene onderdeel waarvan een werkende versie het oordeel over uitvoerbaarheid verandert.
Eerste werkende versie
Het onderdeel draait op voorbeelddata die lijkt op wat je in de praktijk tegenkomt. Hier blijkt of de gekozen aanpak houdt.
Doorbouwen op wat stukgaat
Wat niet werkt is bruikbaar. Het levert het risico op dat je toch moet beschrijven, nu met een meting eronder in plaats van een aanname.
Vastleggen voor het projectplan
Wat er draait, welke mijlpaal je ermee dichterbij brengt en welk go/no-go-moment je erop kunt baseren.
Live zetten en overdragen
Je houdt een URL die je kunt openen en een repository waarop je verder bouwt, allebei op jouw naam.
Eerlijk over wat een bouwdag bij MOOI niet oplost
MOOI is een meerjarig consortium-instrument en een bouwdag past daar maar beperkt bij. Minimaal 2 miljoen euro subsidiabele kosten, maximaal 4 jaar looptijd, drie niet-verbonden ondernemingen en een substantieel aandeel per deelnemer. Het criterium kwaliteit van het samenwerkingsverband weegt 22,5 procent en hangt aan wie er meedoet, niet aan wat er draait.
Systeeminnovatie scoort hoger dan innovatie op componentniveau. Werkende software op één punt in de keten is per definitie geen bedrijfsoverstijgende vernieuwing die de verhoudingen tussen belanghebbenden verandert. Het kan je risicoparagraaf sterker maken, niet je score op vernieuwing.
Je mag geen verplichtingen aangaan vóór het indienen van de subsidieaanvraag, en ook geen kosten maken die je later betaalt. Wat wij bouwen is onderbouwing en geen projectactiviteit, maar die afbakening maak jij, en het is verstandig hem vooraf met RVO te bespreken.
Wij schrijven geen aanvraag. Het projectplan van maximaal 40 pagina's, de begroting per resultaat, de samenwerkingsovereenkomst en de verklaringen zijn werk voor de penvoerder of je adviseur.
Veelgestelde vragen
Kunnen we nog indienen?
Nee. De ronde van 2026 sloot op 3 september 2026 om 17.00 uur, en de verplichte vooraanmelding sloot al op 16 april. Alle MOOI-missies staan nu gesloten voor aanvragen. Een datum voor een volgende openstelling hebben wij bij het schrijven van deze pagina niet op de pagina's van RVO of in de Staatscourant kunnen vinden.
Welke missies vielen onder de ronde van 2026?
Elektriciteit, Gebouwde omgeving, Industrie en Koolstofverwijdering, waarbij Koolstofverwijdering in 2026 nieuw was. RVO onderhoudt daarnaast pagina's voor Systeemintegratie, Biobased circular en Kernenergie. De innovatie moet klaar zijn voor gebruik binnen 10 jaar, en binnen 5 jaar voor de missie Gebouwde omgeving.
Wat vraagt MOOI technisch van het projectplan?
Het plan volgt het model van RVO, telt maximaal 40 pagina's en bevat mijlpalen en go/no-go-momenten die gekoppeld zijn aan een risicoanalyse, met SMART-indicatoren om te bepalen of ze gehaald zijn. De projecttabel en het plan voor kennisverspreiding horen erbij, en de beschrijving van kennis, ervaring en capaciteiten is een apart document dat meetelt in de beoordeling.
Wat zijn de subsidiepercentages?
60 procent voor een kleine onderneming, 50 procent voor een middelgrote, 40 procent voor een grote en 80 procent voor een onderzoeksorganisatie voor zover het niet-economische activiteiten betreft. Is er geen aantoonbare daadwerkelijke samenwerking, dan gaan de percentages voor ondernemingen 15 procentpunten omlaag. Onderzoeksorganisaties maken niet meer dan 50 procent van de totale subsidiabele projectkosten.
Helpt een prototype bij de vooraanmelding?
Daar is het rendement het hoogst. In de vooraanmelding geef je beknopt aan hoe je project bijdraagt aan de doelstelling en welke resultaten je verwacht, en de Adviescommissie MOOI geeft daarop een advies dat je als verplichte bijlage bij je aanvraag meestuurt. Dat advies is niet bindend, dus ook bij een negatief advies mag je indienen.
Een consortium dat nog naar zijn vraag zoekt?
Stuur ons het onderwerp en wat de deelnemende bedrijven erover zeggen. In een korte intake bepalen we wat er moet draaien om de vraag scherp te krijgen.