SNN Valorisatie 2026 onderbouwen

De Uitvoeringsregeling Valorisatie 2026 komt uit het EFRO-programma 2021-2027 Noord-Nederland en wordt uitgevoerd door het SNN, dat voor deze regeling optreedt als beheerautoriteit; het Dagelijks Bestuur van het SNN neemt het besluit. Je vraagt subsidie aan voor het ontwikkelen, testen en demonstreren van een vernieuwend prototype product, dienst of proces, met een nadruk op TRL 5, 6 en 7 en TRL 4 als toegestaan startpunt. Anders dan bij een ontwikkelingsmaatschappij is dit geen investeringsgesprek maar een puntensysteem, met een onafhankelijke Deskundigencommissie die adviseert.

De technische onderbouwing zit op twee plaatsen. Ze zit in criterium vijf, de kwaliteit van de aanvraag, waar wordt gekeken of de risico's bij de uitvoering inzichtelijk zijn gemaakt, wat die risico's betekenen voor de haalbaarheid en hoe ze worden gemitigeerd. En ze zit in de lijst met afwijzingsgronden, waar de eerste regel luidt dat een aanvraag wordt afgewezen als er onvoldoende vertrouwen bestaat in de technische of economische haalbaarheid van het project. Dat tweede is geen punt dat je elders goedmaakt.

Uitvoerder
Het SNN, Samenwerkingsverband Noord-Nederland, als beheerautoriteit van het EFRO-programma 2021-2027 Noord-Nederland. Beoordeling door het SNN en een onafhankelijke Deskundigencommissie, besluit door het Dagelijks Bestuur.
Cyclus
Eén openstelling: de volledige aanvraag kan van 7 mei 2026 12.00 uur tot uiterlijk 30 oktober 2026 12.00 uur worden ingediend. Het verplichte projectvoorstel in twee pagina's moet uiterlijk vier weken vóór je aanvraag zijn ingediend.
Voor wie
In de basis mkb in Drenthe, Fryslân en Groningen. Ook partijen van buiten de regio mogen indienen, mits de effecten van het project in Noord-Nederland neerslaan.
Bedragen
Subsidie van 250.000 tot 1.000.000 euro per aanvraag, maximaal 625.000 euro per projectpartner. Standaardpercentage 35 procent, tot 50 procent bij samenwerking. Budget 10.000.000 euro, verdeeld over vier deelplafonds van maximaal 3.500.000 euro.
Waar het technisch wringt
Onvoldoende vertrouwen in de technische haalbaarheid is een harde afwijzingsgrond, terwijl je project juist onbewezen moet zijn.

Waarom vertrouwen in de technische haalbaarheid het lastigste onderdeel is

Afwijzen is iets anders dan laag scoren

De regeling somt gronden op waarop een aanvraag zonder meer wordt afgewezen. De eerste is dat er onvoldoende vertrouwen bestaat in de technische of economische haalbaarheid van het project. Dat werkt anders dan de puntentelling: een tegenvallende score op innovatie kun je nog compenseren, deze grond niet. Daarnaast geldt een ondergrens van 70 punten en moet je op elk van de vijf criteria minimaal de helft van de maximale punten halen. Het woord vertrouwen staat er niet toevallig: het is een oordeel van lezers, geen meting.

TRL 5 tot 7 is een uitspraak over waar je nu al staat

Bij het eerste criterium staat dat de nadruk van de projectactiviteiten op TRL 5, 6 en 7 zal liggen, waarbij TRL 4 mogelijk is als startpunt van een project. Dat is een claim over je vertrekpunt, niet over je ambitie. Een projectplan dat beschrijft wat je gaat bouwen, plaatst je nergens op die schaal; een werkende demonstratie op relevante data doet dat wel. Het verschil tussen starten op TRL 4 en starten op TRL 5 of 6 verandert bovendien hoe geloofwaardig je planning naar een prototype eruitziet.

Wie het eerst compleet is, maalt het eerst

Het budget wordt verdeeld via het molenaarsprincipe. Er wordt pas beslag op het budget gelegd als je aanvraag compleet is, en een aanvrager die later indiende maar eerder compleet was, gaat voor. Aanvragen worden afgewezen zodra het toepasselijke deelplafond of het totale plafond is bereikt. Dat maakt het voortraject zwaarder dan het lijkt: het projectvoorstel in twee pagina's is verplicht, en dat voorstel inclusief de reflectie van het SNN is een verplichte bijlage bij je aanvraag. Je verhaal moet dus al scherp zijn voordat het uitgewerkte projectplan er is.

Wat valt binnen en buiten de bouwdag

Wat je aan het eind van de dag hebt

  • Een werkend deel van de technologie op het punt waar het technische risico het grootst is, draaiend op data die op je echte casus lijkt.
  • Een live URL die je kunt tonen bij een gesprek met het SNN, een kennisinstelling of een beoogde projectpartner.
  • De code in je eigen repository, bruikbaar als startpunt voor de werkpakketten die je in het projectplan beschrijft.
  • Een korte vastlegging van wat werkte, wat niet werkte en welk risico blijft staan, in taal die je bij criterium vijf kunt gebruiken.

Wat er niet in zit

  • Het schrijven en indienen van het projectvoorstel en de aanvraag, en het werk in het EFRO-webportaal met eHerkenning.
  • Het projectplan in het verplichte format, de begroting, de tekenbevoegdheidsbewijzen en de samenwerkingsovereenkomst.
  • Advies over onder welke prioriteit en welke RIS3-transitie je project valt, en bij welk loket je indient.
  • Het vormen van je consortium en het regelen van de kennisinstelling die je subsidiepercentage kan verhogen.

Hoe de bouwdag verloopt

  1. Het technische risico benoemen

    Waar zit de onzekerheid waardoor een lezer kan twijfelen aan de haalbaarheid? Dat punt is het onderwerp van de dag.

  2. Kiezen wat vandaag te bewijzen valt

    Niet het hele prototype, maar het ene onderdeel waarvan een werkende versie het oordeel over haalbaarheid verandert.

  3. Eerste werkende versie

    Het onderdeel draait op voorbeelddata die lijkt op wat je in de praktijk tegenkomt. Hier blijkt of de gekozen aanpak houdt.

  4. Doorbouwen op wat stukgaat

    Wat niet werkt is bruikbaar. Het is het risico dat je bij criterium vijf toch moet benoemen, nu met een meting eronder.

  5. Vastleggen voor de aanvraag

    Wat er draait, welke kennis ervoor nodig was, en welke werkpakketten er in het driejarige project overblijven.

  6. Live zetten en overdragen

    Je houdt een URL die je kunt openen en een repository waarop je verder bouwt, allebei op jouw naam.

Eerlijk over wat een prototype bij Valorisatie 2026 niet oplost

  • Starten vóór de aanvraag is een afwijzingsgrond. Een aanvraag wordt afgewezen als de werkzaamheden in het subsidieproject zijn gestart vóór de ontvangst van de aanvraag, en kosten zijn pas subsidiabel vanaf het moment van indienen. Wat wij bouwen is bewijsmateriaal, geen projectactiviteit, maar die afbakening maak jij.
  • Haalbaarheid is één van vijf criteria. De kwaliteit van de aanvraag levert maximaal 15 van de 100 punten op; de bijdrage aan de EFRO-doelstellingen 25, en maatschappelijke impact, financieel perspectief en mate van innovatie elk 20. Werkende techniek raakt vooral het eerste, vierde en vijfde criterium.
  • De ondergrens is 250.000 euro subsidie. Is je project kleiner, dan past het niet in deze regeling, hoe overtuigend je prototype ook is.
  • Wij schrijven geen aanvraag. Het projectplan in het juiste format, de begroting, de mkb-verklaringen, de verklaringen over financiële moeilijkheden en de eHerkenning zijn werk voor jou of je adviseur.

Veelgestelde vragen

Kunnen we nu nog indienen?

De volledige aanvraag kan tot 30 oktober 2026 12.00 uur worden ingediend. Maar het projectvoorstel in twee pagina's is een verplichte stap en moet uiterlijk vier weken vóór je aanvraag binnen zijn, en zonder de reflectie daarop is je aanvraag niet compleet. Reken die vier weken dus terug vanaf de datum waarop je wilt indienen.

Wat gebeurt er als het budget op is?

Subsidieaanvragen worden afgewezen zodra het toepasselijke deelplafond of het totale subsidieplafond van 10.000.000 euro is bereikt. De vier deelplafonds van 3.500.000 euro zijn gesplitst naar prioriteit en regiocategorie, waarbij Groningen geldt als meer ontwikkeld en Fryslân en Drenthe als transitie. Het SNN publiceert het resterende budget niet.

Ons project is kleiner dan 250.000 euro subsidie. Wat dan?

Dan past het niet in Valorisatie 2026. Het SNN heeft wel een mkb-haalbaarheidsvoucher uit hetzelfde EFRO-programma, met maximaal 45.000 euro subsidie bij 40 procent van de kosten, waarmee je de haalbaarheid van je idee toetst bij een noordelijke proeftuin. Die is aan te vragen tot 30 november 2026 om 17:00 en sluit zodra het subsidieplafond is bereikt.

Telt een prototype als het starten van het project?

Dat is een terechte zorg, want werkzaamheden die zijn gestart vóór de ontvangst van de aanvraag zijn een afwijzingsgrond en kosten zijn pas subsidiabel vanaf indiening. Wij bouwen bewijsmateriaal dat je in het projectvoorstel en het projectplan gebruikt, niet de projectactiviteiten zelf. Waar die grens ligt, is een vraag voor het SNN of je subsidieadviseur.

Moeten we samenwerken om kans te maken?

Samenwerken is niet verplicht, maar het verhoogt je percentage: plus 10 procent bij een onafhankelijke onderneming of een kennisinstelling, en nog eens 5 procent als je met allebei samenwerkt, tot maximaal 50 procent. Voorwaarde is onder meer dat geen partner meer dan 70 procent van de kosten draagt, dat ten minste één partner tot het mkb behoort en dat een kennisinstelling minstens 10 procent van de kosten draagt en haar resultaten mag publiceren.

Een consortium dat nog naar zijn vraag zoekt?

Stuur ons het onderwerp en wat de deelnemende bedrijven erover zeggen. In een korte intake bepalen we wat er moet draaien om de vraag scherp te krijgen.