INDUSTR_I4.0 onderbouwen

INDUSTR_I4.0 heet voluit KPF INDUSTR_I4.0 en is een kleinprojectenfonds binnen het Interreg VI-A-programma Deutschland-Nederland. Oost NL is leadpartner, met NOM/TCNN, BOM, LIOF en Duitse partners als regionale contactpunten. Het fonds richt zich niet op de koplopers in de maakindustrie maar op het peloton. Het betaalt drie dingen: een verkenning van een Nederlands-Duitse samenwerking voor 1.250 euro, een haalbaarheidsstudie tot 10.000 euro en een innovatieproject tot 50.000 euro, steeds tegen ten hoogste vijftig procent van de subsidiabele kosten. Een Duitse partner is verplicht.

De technische onderbouwing zit niet in het aanvraagformulier, want dat is administratief. Ze zit in het projectplan, een verplichte bijlage waarvoor het programma een sjabloon voorschrijft. Daarin vraagt de rubriek over de innovatie naar je huidige en gewenste TRL-niveau, naar technische knelpunten, risico's en oplossingsrichtingen en naar mogelijke alternatieven. De subsidievoorwaarden zetten er een hoge lat naast: bij innovatieprojecten moet in ruime mate aannemelijk worden gemaakt dat het project in technisch en economisch opzicht haalbaar is. Het sjabloon zegt er tegelijk bij dat het plan indicatief niet groter is dan acht pagina's.

Uitvoerder
Oost NL als leadpartner met NOM/TCNN, BOM, LIOF en Duitse partners, binnen Interreg VI-A Deutschland-Nederland
Cyclus
Doorlopend indienen met vier cut-offdata per jaar: 28 februari, 31 mei, 30 september en 31 december; de laatste op 31 december 2026
Voor wie
Mkb in de maakindustrie in het Duits-Nederlandse grensgebied, met een verplichte partner aan de andere kant van de grens
Bedragen
Verkenning 1.250 euro, haalbaarheidsstudie maximaal 10.000 euro, innovatieproject maximaal 50.000 euro, steeds ten hoogste vijftig procent
Waar het technisch wringt
Innovatieprojecten moeten zich richten op TRL 6 tot 8 en dat niveau moet in ruime mate aannemelijk zijn

Waarom het projectplan van acht pagina's het knelpunt is

TRL 6 tot 8 is een toegangseis, geen ambitie

De subsidievoorwaarden schrijven voor dat een innovatieproject zich richt op ontwikkelingsfase TRL 6 tot 8; voor een haalbaarheidsstudie geldt vanaf TRL 5. Het sjabloon voor het projectplan herhaalt dat en vraagt naar je huidige en gewenste niveau. TRL 6 betekent gedemonstreerd in een relevante omgeving, en dat is precies het niveau dat op papier niet van TRL 4 te onderscheiden is. Zit je er feitelijk onder, dan zit je in het verkeerde instrument. Claim je het zonder dat er iets draait, dan gaat de deskundigencommissie het zoeken in je knelpuntenparagraaf.

De vraag die geen enkele aanvrager makkelijk vindt

Het sjabloon vraagt letterlijk waarom het hier geen standaard implementatie of inkoop van software betreft. Dat is de scherpste vraag op het hele formulier, want voor het peloton in de maakindustrie zit de vernieuwing meestal juist in het combineren van technologie die al bestaat. Je moet dus aanwijzen welk deel niet te kopen viel en waarom. Dat is een onderscheid dat zich veel makkelijker laat tonen dan beargumenteren: wat je moest bouwen, was blijkbaar niet te bestellen.

In ruime mate aannemelijk, in acht pagina's

In diezelfde acht pagina's moeten ook de digitale technologie, de economische kansen en risico's, de bijdrage aan de duurzame ontwikkelingsdoelen, de partners, de grensoverschrijdende relevantie en alle werkpakketten staan. Voor de techniek blijft weinig ruimte over. Het programma staat bovendien uitdrukkelijk toe dat je een AI-tool gebruikt bij het schrijven en vraagt op het aanvraagformulier of je dat hebt gedaan. De commissie leest dus stapels even vlot geschreven plannen. Een verwijzing naar iets dat opent, is wat vlotheid niet kan nabootsen.

Wat valt binnen en buiten de bouwdag

Wat je aan het eind van de dag hebt

  • Een werkend kernonderdeel van de digitale technologie waar het project over gaat, draaiend op jullie eigen procesdata.
  • Een live URL en schermafdrukken die je als bijlage bij het projectplan kunt voegen.
  • Materiaal voor de pitchclip van maximaal twee minuten die optioneel met de aanvraag meegaat.
  • Een onderbouwde uitspraak over je huidige TRL-niveau in plaats van een schatting.
  • De code in je eigen repository, met een notitie over wat werkt en wat niet.

Wat er niet in zit

  • Het aanvraagformulier, het partnerformulier, de projectbegroting en het projectplan zelf.
  • Het vinden van de Duitse partner en het rondkrijgen van de samenwerking.
  • De mkb-toets, de verklaringen en het elektronisch ondertekenen.
  • Advies over welk instrument past: verkenning, haalbaarheidsstudie of innovatieproject.

Hoe de bouwdag verloopt

  1. Vaststellen wat hier aannemelijk moet worden

    Welke technische stap moet in ruime mate aannemelijk zijn voordat een commissie dit een innovatieproject noemt? Die stap is het onderwerp van de dag.

  2. Het niet-standaard deel eruit lichten

    We zoeken het onderdeel op dat niet als product te koop is. Dat is meestal de koppeling tussen twee systemen, niet het systeem zelf.

  3. Bouwen op jullie eigen procesdata

    Niet op een schone voorbeeldset. Machinelogs, ordergegevens of meetreeksen zoals ze werkelijk binnenkomen, met de gaten die erin zitten.

  4. Het TRL-niveau tegen de werkelijkheid houden

    Wat werkt nu, in welke omgeving en onder welke aannames? Daaruit volgt het niveau dat je kunt verdedigen, ook als dat lager is dan gehoopt.

  5. Vastleggen in de rubrieken van het sjabloon

    Knelpunten, risico's, oplossingsrichtingen en alternatieven, geschreven zodat je ze in de bijbehorende velden kunt overnemen.

  6. Live zetten en overdragen

    Je houdt een URL en een repository. Beide zijn van jou en blijven bruikbaar als het project wordt toegekend.

Eerlijk over een fonds dat op zijn eind loopt

  • Het budget raakt op. Op 6 juli 2026 meldde het programma dat er na de negende cut-off nog ongeveer 2,8 miljoen euro beschikbaar was, met nog twee ronden te gaan. Onvoldoende budget binnen het project is een expliciete afwijsgrond. Een prototype maakt geen geld vrij; vraag de stand na bij je regionale contactpunt voordat je iets plant.
  • Een aanvraag wordt afgewezen als de activiteiten op het moment van aanvragen al geheel of gedeeltelijk zijn doorgevoerd. Wat wij maken is voorbereiding en moet dat ook blijven; het is niet het eerste werkpakket van je project. Waar die grens ligt, bespreek je met je contactpunt en niet met ons.
  • Alleen personeelskosten zijn subsidiabel, afgerekend tegen vaste uurtarieven per functiegroep. Alles daarboven wordt vergoed met een forfait van veertig procent over die personeelskosten. Werk van derden is dus niet apart declarabel; ga er niet vanuit dat een bouwdag in de projectbegroting past.
  • De grensoverschrijdende relevantie is een apart beoordelingscriterium en een Nederlands-Duitse samenwerking is een harde voorwaarde. Geen enkele technische demonstratie vervangt een partner over de grens die er nog niet is.

Veelgestelde vragen

Waar staat KPF voor?

Voor Kleinprojectenfonds. De regeling heet voluit KPF INDUSTR_I4.0 en definieert KPF in haar eigen subsidievoorwaarden als een klein projecten fonds volgens artikel 25 van verordening (EU) 2021/1059. Naar ondernemers toe voert het programma de korte naam INDUSTR_I4.0. Verwar het niet met het thematische Kleinprojectenfonds van de Euregio's, dat over onderwijs, governance en people-to-people gaat en met heel andere bedragen werkt.

Kan ik nu nog indienen?

Het aanvraagtijdvak loopt van 17 april 2024 tot en met 31 december 2026 en aanvragen kunnen op ieder moment worden ingediend. Op de cut-offdata worden alle voorstellen verzameld en aan de deskundigencommissie voorgelegd. Die data zijn 28 februari, 31 mei, 30 september en 31 december; de laatste staat gepland op 31 december 2026. Er is dus een einde in zicht, en het budget bepaalt of dat einde eerder komt.

Hoe wordt mijn aanvraag beoordeeld?

Een deskundigencommissie beoordeelt op vier criteria: de kwaliteit van de aanvraag, de mate van innovatiepotentieel, het economisch perspectief en de grensoverschrijdende relevantie. Het advies is positief, positief met voorwaarden of negatief. Aanvragen worden behandeld op volgorde van binnenkomst, en de standaardtermijn van cut-off tot beschikking is acht weken met een uitloop tot maximaal twaalf. Een weging van de vier criteria is niet gepubliceerd.

Wij zitten volgens ons op TRL 5. Kunnen we mee?

Een innovatieproject moet zich richten op TRL 6 tot 8, een haalbaarheidsstudie vanaf TRL 5. Op TRL 5 is de haalbaarheidsstudie dus het passende instrument, met maximaal 10.000 euro. Het verschil tussen 5 en 6 is dat tussen gevalideerd in een laboratorium en gedemonstreerd in een relevante omgeving, en dat is aantoonbaar te maken. Waar je uitkomt bepaalt in welk instrument je thuishoort.

Mogen we het projectplan met AI schrijven?

Ja. Het aanvraagformulier vraagt zelfs of je een AI-tool hebt ingezet en vermeldt erbij dat dit is toegestaan. Dat helpt tegen de schrijfdrempel, maar het maakt de tekst geen bewijs. Als iedereen even vlot formuleert, verschuift het onderscheid naar wat er naast de tekst ligt: de begroting, de partner en iets dat een commissielid zelf kan openen.

Een consortium dat nog naar zijn vraag zoekt?

Stuur ons het onderwerp en wat de deelnemende bedrijven erover zeggen. In een korte intake bepalen we wat er moet draaien om de vraag scherp te krijgen.