Vroege­fase­financiering bij een regionaal loket onderbouwen

Zit je bedrijf in Friesland, Limburg, Noord-Brabant, Noord-Holland, Utrecht, Zeeland of Zuid-Holland, dan vraag je Vroegefasefinanciering aan bij het loket van je eigen provincie en niet bij RVO. Achter zo'n loket zit een regionaal fonds dat voor ten minste de helft met provinciaal geld is gevuld. Het is een lening, geen subsidie, en bij verschillende loketten een converteerbare lening: hij kan uitkomen op aandelen. Dat maakt de beoordelaar iets anders dan een subsidieambtenaar, namelijk een investeerder met een reglement.

De technische onderbouwing zit in het vroegefaseplan. De kern daarvan is een scheiding die je zelf moet trekken: de proof of principle moet aangetoond zijn, en de lening is er om de proof of concept aan te tonen. Daaromheen vraagt het plan om een begrijpelijke technische toelichting met illustraties, de status van al verricht werk, werkpakketten met mijlpalen en kwantificering, een planning en een kostenspecificatie. Bij een regionaal loket wordt datzelfde plan ook mondeling beoordeeld.

Uitvoerder
Per provincie een eigen loket: FOM, LIOF, Brabant Startup Fonds, Innovatiefonds Noord-Holland, ROM Regio Utrecht, Impuls Zeeland en UNIIQ
Cyclus
Geen landelijk venster: elk loket werkt uit een eigen fonds met een eigen budget en looptijd
Voor wie
Innovatieve starters, korter dan 5 jaar bij KVK ingeschreven, en mkb'ers, gevestigd in de provincie van het loket
Vorm
Lening, bij meerdere loketten converteerbaar naar aandelen
Waar het technisch wringt
Je moet tegelijk aantonen dat de proof of principle af is en dat de proof of concept nog echt werk is

Waarom het vroegefaseplan bij een regionaal loket anders leest

Twee lezers, één plan

Bij het landelijk loket is de beoordeling een dossierbeoordeling. Bij een regionaal loket komt er een gesprek bij. In de voorwaarden voor regionale VFF-fondsen staat dat bij beslissingen over geldleningen rekening wordt gehouden met het advies van een onafhankelijk comité; in Zeeland presenteer je je plan bijvoorbeeld aan de InnoGo!-commissie, een extern team van deskundigen. Een plan dat alleen op papier standhoudt, is dus maar half getoetst.

De grens tussen principe en concept trek je zelf

De regeling gaat ervan uit dat het principe al is aangetoond en dat de lening dient om het concept aan te tonen. Waar die grens loopt, staat nergens gedefinieerd en verschilt per techniek. Leg je hem te vroeg, dan lijkt je onderzoek nog niet af. Leg je hem te laat, dan is de vraag waarom je nog in de vroege fase zit. Die keuze is de kern van de beoordeling en niemand maakt hem voor je.

De vervolginvesteerder leest mee

Je hebt een intentieverklaring nodig van een investeerder die het vervolg wil financieren, voor ten minste hetzelfde bedrag dat je aan de overheid vraagt. RVO vraagt bovendien de activiteiten in je plan te koppelen aan de voorwaarden uit die verklaring. Die voorwaarden zijn in de praktijk validatie-eisen, en een investeerder tekent zelden op een beschrijving alleen.

Wat valt binnen en buiten de bouwdag

Wat je aan het eind van de dag hebt

  • Een werkende demonstratie van het principe waarvan je stelt dat het al bewezen is.
  • Een expliciete grens tussen wat werkt en wat onbekend is, bruikbaar als scheidslijn tussen principe en concept.
  • Iets dat je in een pitch kunt openen in plaats van uitleggen.
  • Meetuitkomsten die je aan werkpakketten en mijlpalen kunt hangen.
  • Code in je eigen repository en een live URL.

Wat er niet in zit

  • Het schrijven van het vroegefaseplan, het businessplan en het financieringsplan.
  • Het regelen van de intentieverklaring bij een vervolginvesteerder.
  • Het contact met het loket, de intake en het pitchgesprek.
  • Advies over welk loket voor jou geldt en welke voorwaarden dat loket precies stelt.

Hoe de bouwdag verloopt

  1. Vaststellen wat je claimt al bewezen te hebben

    We schrijven op welk technisch principe volgens jullie vaststaat. Dat is de zin waarop je hele aanvraag rust, en meestal is hij nooit hardop uitgesproken.

  2. Het deel kiezen dat vandaag zichtbaar te maken is

    Niet het hele product, maar het kleinste onderdeel waarin dat principe aantoonbaar aan het werk is.

  3. Bouwen tot het principe draait

    En daar stoppen. Doorbouwen tot het concept ook af lijkt, ondergraaft je positie in de vroege fase.

  4. De grens opzoeken

    We duwen door tot het stukloopt en leggen vast waar dat gebeurt en wat er nodig zou zijn om erover heen te komen. Dat punt is je proof of concept.

  5. Werkpakketten aftekenen

    Uit wat we zagen volgen de werkpakketten, de mijlpalen en de getallen waarmee je ze kunt kwantificeren. Die getallen komen dan uit waarnemingen en niet uit een schatting.

  6. Live zetten en overdragen

    Je houdt een URL die je in een pitch kunt openen, een repository, de meetuitkomsten en een notitie in de indeling van het vroegefaseplan.

Eerlijk over de verschillen tussen de loketten

  • Elk loket heeft een eigen reglement, een eigen fondsomvang en een eigen procedure. Limburg verstrekt een converteerbare lening tot € 450.000 tegen 5% plus referentierente; Zeeland een lening tot € 350.000 met een rente- en aflossingsvrije periode. Wij kennen die reglementen niet en kunnen niet voorspellen wat een loket besluit.
  • Converteerbaar betekent dat de lening in aandelen kan omslaan. Dat is een eigenaarsvraag, geen technische, en hij hoort bij je adviseur of notaris te liggen voordat je tekent.
  • Kosten van vóór de aanvraagdatum tellen doorgaans niet als projectkosten; bij het loket in Noord-Holland staat dat expliciet in de voorwaarden. Ga er niet vanuit dat een bouwdag binnen het gefinancierde traject valt.
  • Er is geen landelijk venster waarop je kunt sturen. Een regionaal fonds heeft een eigen budget en een eigen looptijd, dus 'open' betekent hier vooral: er is nog fondsruimte. Vraag dat na bij je loket voordat je begint.

Veelgestelde vragen

Welk loket geldt voor mij?

Zeven provincies hebben een eigen loket: Friesland via FOM, Limburg via LIOF, Noord-Brabant via Brabant Startup Fonds, Noord-Holland via Innovatiefonds Noord-Holland, Utrecht via ROM Regio Utrecht, Zeeland via Impuls Zeeland met InnoGo! en Zuid-Holland via UNIIQ. Zit je in een andere provincie, dan loopt de aanvraag via het landelijk loket bij RVO. Ben je een academische, hbo- of TO2-starter, dan is er een aparte route via NWO.

Hoeveel kan ik lenen?

In het landelijke kader liggen de kosten van een vroegefasetraject tussen € 50.000 en € 450.000. Een innovatieve starter kan tot 100% van die kosten lenen, een klein mkb-bedrijf 45% met een maximum van € 202.500 en een middelgroot bedrijf 35% met een maximum van € 157.500. Regionale loketten hanteren hun eigen maxima: Limburg noemt € 450.000, Zeeland € 350.000.

Welke rente geldt en wanneer betaal ik terug?

Dat verschilt per loket. Bij het landelijk loket bedraagt de rente 7,71% per 1 september 2026 en begint de terugbetaling na 3 tot 5 jaar. Limburg werkt met 5% plus referentierente op een converteerbare lening; Zeeland met een rente- en aflossingsvrije periode gevolgd door aflossing in 2 tot 5 jaar tegen een marktconforme rente. Vraag je eigen loket naar de actuele voorwaarden.

Wat moet er in het vroegefaseplan staan?

Een begrijpelijke technische toelichting met illustraties, de status van al verricht werk, activiteiten die gekoppeld zijn aan de voorwaarden uit de intentieverklaring van je vervolginvesteerder, werkpakketten met duidelijke mijlpalen en kwantificering, een planning en een kostenspecificatie. Het financieringsplan vraagt daarnaast een cashflowprognose van minimaal vijf jaar, met een scenario-analyse voor de onzekerheden.

Wij hebben al een investeerder die wil instappen. Waarom dan nog bouwen?

Omdat de intentieverklaring aan voorwaarden hangt en die voorwaarden meestal validatie-eisen zijn. Je plan moet laten zien welke activiteiten aan welke eis raken. Iets dat draait maakt zichtbaar welke eisen al gehaald zijn en welke het vroegefasetraject moet halen, en dat is precies de scheiding waarop het loket beoordeelt.

Een consortium dat nog naar zijn vraag zoekt?

Stuur ons het onderwerp en wat de deelnemende bedrijven erover zeggen. In een korte intake bepalen we wat er moet draaien om de vraag scherp te krijgen.