De zwakste aanname getoetst
Zoek zelf de aanname die de reviewer zal kiezen, en toets die vóór de review.
In grotere organisaties gaat een business case langs een review: finance, een portfolioboard of een architectuurraad toetst de aannames voordat er budget komt. De reviewer zoekt de zwakste aanname, en bij een digitaal project is dat vaak de vraag of het technisch kan en of gebruikers het oppakken. Een werkend kernonderdeel maakt van die aanname iets wat getoetst is. Wij bouwen het in één werkdag.
Een reviewer leest een business case op zoek naar de aanname die, als hij niet klopt, de hele case omver haalt. Bij digitale projecten is dat vaak de techniek of het gebruik.
Een business case-review is een toets, geen presentatie. De reviewer heeft de case gelezen, heeft de aannames op een rij gezet en vraagt door op de zwakste. Bij een digitaal project zijn dat vaak twee aannames: dat het technisch kan zoals beschreven, en dat de gebruikers het gaan gebruiken zoals de besparing veronderstelt.
Een werkend kernonderdeel toetst beide vóór de review. De technische aanname is geen belofte meer, en als een paar gebruikers het hebben gebruikt, is de gebruiksaanname onderbouwd met wat ze deden. De reviewer kan zijn vragen richten op wat nog onzeker is: de opbrengsten, de kosten van beheer, de planning.
De opbrengsten blijven een schatting. Een prototype zegt niet hoeveel een organisatie bespaart; dat hangt af van schaal, adoptie en tijd. Presenteer het als getoetste aanname, niet als bewezen rendement.
Zoek zelf de aanname die de reviewer zal kiezen, en toets die vóór de review.
Een paar gebruikers die de kern gebruikten, zeggen meer over adoptie dan een aanname in een spreadsheet.
De vragen gaan over wat echt onzeker is: opbrengsten, beheer, planning. Niet over of het kan.
Een prototype bewijst dat het werkt, niet wat het oplevert. Zeg dat erbij, dan vertrouwt de reviewer de rest.
Welke aannames draagt de business case, en welke zal de reviewer als eerste betwijfelen.
Het kleinste onderdeel dat die aanname toetst.
Werkend op een export of voorbeelddata die op de echte situatie lijken.
Een paar mensen uit de doelgroep. Wat ze deden en waar ze stopten, gaat in de case.
Wat is getoetst, wat kwam eruit, en wat blijft onzeker. In de taal van de review.
Live URL, code in de repository van je organisatie en de beschrijving.
Vertel ons welke aanname de case draagt, wie de reviewer is en wanneer de review is. Dan zeggen we of de kern in één dag werkend te maken is en wat je ermee in de case zet.
De bouwdag maakt je idee aantoonbaar. Wil je daarna doorbouwen naar een volwaardige applicatie, dan doet Appfront dat traject.
Dat de technische aanname klopt en dat gebruikers de kern oppakken. Het bewijst niets over opbrengsten, besparing of rendement; die blijven een schatting in de case.
In een presentatie vertel jij het verhaal. In een review toetst iemand anders de aannames, vaak finance of een portfolioboard. Het prototype helpt daar niet als demo, maar als getoetste aanname.
De aanname die de reviewer als eerste zal betwijfelen, en die de case omver haalt als hij niet klopt. Meestal is dat de techniek of het gebruik. In de intake zoeken we hem samen.
Een prototype op een export, zonder koppeling met productiesystemen, valt meestal buiten de regels voor nieuwe systemen; vraag het na. Het gesprek met IT hoort bij de volgende fase.
Vóór de review, met tijd om een paar gebruikers het te laten proberen en de uitkomst in de case te zetten.
Nee. De case, de opbrengsten en de kosten zijn van jou. Wij bouwen het onderdeel en beschrijven wat is getoetst.
In een korte intake zoeken we de aanname, de gebruikers en de datum van de review. Daarna weet je of de kern in één dag werkend te maken is.
Een korte intake volgt na je inschrijving. Daarna stemmen we scope en datum af.
We nemen contact op om de intake in te plannen.
We gebruiken cookies om je ervaring te verbeteren en het gebruik van de site te meten.